Reactie op de opinie: we kunnen de discussie over economie niet overlaten aan de economen

Anonymous

De recente “bekering” van professor Paul De Grauwe, die toegeeft dat de markt flink wat bijsturing verdient, verleent uiteraard heel wat steun aan het boek “Van eiland tot wereld. Appél voor een menselijke samenleving”(2008) en dan meer specifiek voor de passage op p. 213. Er zal bij Global Society ongetwijfeld meer vreugde zijn om die ene bekering dan om tien medestanders die hun steun aan de andersglobalisering betuigen, want het publiek naar buiten brengen van dat gewijzigde standpunt heeft internationaal ongetwijfeld veel aandacht getrokken.
Zoals ook aangehaald wordt is dit niet het eerste barstje in het neoliberale / vrije markt bastion want Galbraith heeft begin de jaren negentig van vorige eeuw al geschreven dat de vooropgestelde omgevingsomstandigheden van de economieleer al lang niet meer overeenstemden met de realiteit van de samenleving en de leer dus herzien of vervangen diende te worden. Dat hij daarbij niet direct een (begin van) nieuw model naar voren schoof was jammer, want zoals ik al meermaals betoogd heb: zelfs de meest pijnlijk nauwkeurige analyse is nog niet het begin van de oplossing. Hij heeft het in elk geval moeten bekopen want net als een uit controle geraakte ontplofte kernreactor is hij (door orthodoxe economisten en hun politieke omgeving) in een dikke betonlaag ingekapseld en aan het oog van de samenleving onttrokken. De gevestigde belangen hebben toen “samengezworen” in plaats van een greintje wetenschappelijke eerlijkheid op te brengen en een zakelijke en inhoudelijke discussie te beginnen. Laten we hopen dat zoiets deze keer niet gebeurt met Paul De Grauwe; toen, kort na de val van de Berlijnse muur en van het communisme, was er natuurlijk een bijna grenzeloos vertrouwen in het alvermogen van de vrije markt terwijl nu de grote crises van het kapitalistische systeem nog aan het verteren zijn, maar één zwaluw maakt de lente niet.

We kunnen inderdaad de discussie over de economie niet overlaten aan de (beroeps)economen (alleen), omdat economie maar één dimensie is van het maatschappelijke bestel waaraan ook onverbrekelijk en geïntegreerd sociale en politieke dimensies verbonden zijn. Maar als er door de politiek moet worden beslist welke instituties de samenlevingen nodig hebben, dan moeten de mensen die de politiek belichamen wel het nodige inzicht hebben in een maatschappijmodel waarin de rol van de economie wel als belangrijk en essentieel maar niet langer als superieur en dominant wordt aangegeven.

Gesteld dat De Grauwe inderdaad al zijn studenten van de afgelopen dertig jaren kan terugroepen en de gewijzigde inzichten meegeven, dan blijft er nog een overweldigende meerderheid medeburgers over die niet herschoold wordt aangezien ze vroeger ook al niet geschoold werden. Tot die groep behoren dan ook de meeste politici die gekozen zijn uit die massa economisch ongeschoolden. Bovendien zijn niet automatisch alle herschoolden overtuigd van de nieuwe inzichten die hen worden voorgelegd of zullen ze die ook in hun machts- en beroepsposities (kunnen) doordrukken.
In de bijdrage luidt het : “Politiek volgt niet de goede raad van wie de economie anders wil aanpakken”. Hoe zou men dat ook mogen of willen verwachten wanneer de politici geen houvast hebben in de vorm van een breed en evenwichtig maatschappelijk model, en niet onafhankelijk van de beroepseconomen over de essentie van de economische dimensie   kunnen gaan nadenken en kiezen.

Waardevolle maatschappelijke instituties komen inderdaad niet uit de lucht vallen. Nog altijd is het zo dat maatschappelijke strijd de neoliberale dominantie op de samenleving (hooguit) corrigeert door te kiezen voor instituties die nodig zijn om dat overwicht te milderen. Maar we moeten wel goed beseffen dat dit proces moeizaam en nodeloos traag verloopt omdat we nog altijd tolereren dat onze opgroeiende burgers met alle geroemde kwaliteiten van het onderwijs toch nog maatschappelijk ondergeschoold op de stoep van het volle leven worden afgezet, terwijl de kleine groep, die in de neoliberale economie geschoold is, dat enge economische model mag blijven opdringen als een breed en evenwichtig samenlevingsmodel.

Onze samenleving moet niet blijven wachten op de extreem schaarse goede raad van economisten maar moet met die economisten de discussie aangaan en hen dwingen om hun keuzes en voorstellen te verdedigen met terzake doende argumenten en/of bewijzen, niet gebaseerd op hun modellen die steunen op een enge en bovendien virtuele voorstelling van de maatschappij en een vooropgesteld werkingsprincipe, maar op basis van een model dat de realiteit als uitgangspunt neemt, de mens / het gezin centraal stelt, het ecologisch systeem als onmisbare sokkel kent, en “streven naar vooruitgang” en “solidariteit” als gelijkwaardige drijvende principes erkent die in een dynamisch evenwicht moeten worden ingezet en aan bod komen. Het Economische Realiteit Systeem (ERS) is van dat kaliber.

Paul De Grauwe zou van het overgrote deel van de bevolking steun en applaus moeten krijgen. Helaas heeft het overgrote deel van de bevolking nog bij benadering geen besef van het belang van zijn gewijzigde inzicht en overtuiging want anders had die massa al lang niet alleen hem maar ook al zijn collega’s ter verantwoording geroepen voor de onrealistische voorstelling van de samenleving waarop ze hun theorieën en adviezen baseren. De onschuldige onwetendheid van de massa, die een degelijke neutrale maatschappelijke opvoeding ontbeert, wordt voortdurend bij de neus genomen met een model dat hooguit vluchtig en fragmentair wordt toegelicht maar in wezen alleen voor een alsmaar krimpende minderheid welvaart kan garanderen in een zo veel mogelijk genegeerd en verzwegen onduurzaam toekomstperspectief.

Het woord vooraf van Eric Goeman in het boek “Gebroken vitrines. De andersglobalisten tien jaar na Seattle” laat er geen twijfel over bestaan dat het resultaat van de beweging om de globalisering een betere richting uit te sturen op dit ogenblik helemaal niet is wat men verhoopt had. Er klinkt flink wat ontgoocheling in door dat een zo massale beweging die tig gebreken van het neoliberale systeem aan- en samenbrengt er toch niet in geslaagd is om dat in een sterke synergie en tastbare resultaten om te zetten. Mijn waarschuwing al vrij kort na Porto Alegre en het uitblijven van de toen verwachte en verhoopte gezamenlijke verklaring en toekomstvisie is in dovemansoren gevallen; zolang men een nieuwe visie blijft verwoorden in termen van een hele resem correcties op het vigerende systeem blijft men in essentie de discussie aangaan op basis van de uitgangspunten van dat heersende systeem. De vele bewegingen met zeer uiteenlopende strijdpunten delen alleen het punt dat ze tegen het loutere marktsysteem zijn (en dat brengt ze samen) maar beschikken niet over de formulering van een eigen maatschappelijk model waarmee en waarbinnen ze de samenhang van hun uiteenlopende doelstellingen kunnen aantonen en dus blijft er vrees en argwaan dat de eigen doelstellingen achtergesteld en/of niet gerealiseerd zullen worden (en dat belet hen om de verdeeldheid te overwinnen).

Bij de kolonisatie van grote delen van de niet-geïndustrialiseerde wereld stelde men vast dat de gezondheidszorg van de autochtone bevolking steevast in handen was van sjamanen en medicijnmannen die met verhalen en rituelen tewerk gingen. De gezondheid van de autochtone bevolking werd niet verbeterd door veel en lange studies en analyses van de verhalen en rituelen en de resem gebreken en nadelen die men daardoor kon opsommen, maar wel door de algemene verspreiding van basis gezondheidsregels. Als wij onze maatschappelijke gezondheid niet hopeloos willen overlaten aan een kleine groep neoliberale economisten, dan zal de studie en analyse en opsomming van de eraan verbonden gebreken op zich geen soelaas brengen; wat wel zal helpen is de algemene verspreiding van de basisinzichten van een ander degelijk en evenwichtig maatschappijmodel. Het neoliberalisme kan het andersglobalisme gemakkelijk de mond snoeren door op de opsomming van de vele gebreken te antwoorden met “maar leg eens uit welk logisch en werkbaar ander systeem jullie dan willen?” en dan moeten de andersglobalisten vaststellen dat ze nog niet over (hun eerste versie van) hun eigen realistische maatschappijmodel beschikken. Ongetwijfeld klinkt economische realiteit systeem niet erg sexy en wil er gegarandeerd niemand een concert of andere mediashow of grote bijeenkomst rond organiseren want het gaat om opvoeding en onderricht, maar als men slechts blijft denken aan scoren met aanklagen en punktuele thema’s die gemakkelijk aanslaan dan is er binnen tien jaar of nog eerder een andersglobalistisch boek te koop waarvan de titel begint met “Begraven illusies”.

Met vriendelijke groeten
      
André Bequé – Handels- en Bedrijfseconomisch Ingenieur
Lommel, 17-11-09.

Klik hier voor opinie: Reactie op de opinie: we kunnen de discussie over economie niet overlaten aan de economen

bewuste.man
User offline. Last seen 2 an 18 semaines ago. Offline
Joined: 06/01/2010

De opinie blijkt dus een samenvatting van een boek te zijn dat ik (nog) niet gelezen heb, dus daarop reageren is wat moeilijk, maar ik doe toch een poging.
Wat me vooral opvalt is dat er vooral over welvaart gepraat wordt, en niet over welzijn, of toch niet rechtstreeks.
Westerse mensen zijn geconditioneerd om telkens meer, beter en hoger te willen: een bedrijf dat eerst 40 miljoen, 't jaar erop 60 miljoen en nadien 50 miljoen winst maakt heeft "een slecht jaar achter de rug". Pardon? En precies door die eindeloze zucht naar meer komen veel anderen in de problemen. Als een vertegenwoordiger nog maar eens een vette bonus uit de brand sleept moet hij leren beseffen dat hij: dat extra geld eigenlijk niet nodig heeft, en: dat hij er mee voor zorgt dat de arbeiders in zijn bedrijf een eventuele kleine loonsverhoging mislopen. 't Is dus een kwestie van solidariteit.
En wat is welzijn? Concreet: als ik vijf uur per week minder zou werken met een evenredig loonverlies, en ik ben zeker dat mijn basisbehoeften zoals voedsel, huisvesting en dergelijke betaalbaar blijven, én ik krijg dus meer tijd voor mijn hobbies en sociale activiteiten, dan ben ik zeker dat me dat gelukkiger zou maken.
"Iedereen moet het recht op ondernemen hebben": dit vind ik zelf een typisch liberalistische opmerking. Heeft een topbankier die duidelijk aanwijsbare fouten en overschattingen gemaakt heeft nog recht op 'ondernemen'? Heeft een allochtoon die internetshop na shop failliet laat gaan om dan te heropenen op naam van zijn zus die nog in het buitenland woont recht op 'ondernemen'?
Ik kan me trouwens goed vinden in bovenstaande tekst van André Bequé.
Op de vraag: “maar leg eens uit welk logisch en werkbaar ander systeem jullie dan willen?” zou ik alvast antwoorden: begin met het motiveren van overheden tot het terug opnemen van hun kerntaken: het zorgen voor hun bevolking, door middel van het aanbieden van (gratis) onderwijs, goede gezondheidszorg (inderdaad, weg met de private hospitalisatieverzekering en dergelijke) en huisvesting voor iedereen. Zolang er één dakloze onder je onderdanen zit kan je niet beweren dat je goed bezig bent. Een gehandicapte kiest er niet voor minder valide te zijn, zijn regering kiest er wel voor om al dan niet voldoende geld opzij te zetten voor aangepaste zorg.
Dit moeten terug prioriteiten worden, en dat daarvoor heel privatiseringen teruggeschroefd zullen moeten worden lijkt me duidelijk.

Met vriendelijke groeten,
J.

"Het ingewikkelde begrijpbaar maken is een eindeloze noodzaak."